woensdag 22 mei 2013

Een stuiterende juf


Een stuiterende juf

‘Geduld is een schone zaak’ zegt een overbekend spreekwoord. En zoals met de meeste spreekwoorden en gezegdes het geval is, is dat waarheid als koe. Wat dan weer wel een vreemd gezegde is.

Ik vind van mezelf dat ik best geduldig ben. Kruisje voor kruisje een enorm telpatroon borduren vergt veel geduld, net zoals eindeloos priegelen met knijpkraaltjes en ringetjes om een mooie ketting te maken of een roman van 100.000 woorden schrijven. Ik vind het allemaal leuk om te doen en kan er dus ook het geduld en de concentratie voor opbrengen. Maar ook omdat ik dan iets doe.

Ik ben namelijk minder geduldig als ik lijdzaam moet wachten op iets. Dan blijkt geduld toch niet mijn sterkste eigenschap. En toch moet ik soms wachten.

Vorige week dinsdag kreeg ik een mailtje van Annemarie Prins van de werkgroep christelijke kinderboeken. Ze mailde alleen maar ‘Hallo Ineke, mag ik je eens bellen?’ Ik wist dat Annemarie in de jury zat van Het Hoogste Woord en dat mijn historische (jeugd)roman Kate daarvoor was aangemeld. En dus begon ik stiekem te hopen dat ik bij de genomineerden zou zitten.

Toen begon het wachten, het wachten en het wachten. Vergeet ik normaalgesproken zo vaak mijn telefoon dat mijn man demonstratief rode stickers met een telefoon op de deur heeft geplakt, deze week had ik mijn telefoon voortdurend bij me. Zelfs vrijdagmorgen toen ik gymles gaf aan peuters tussen de één en drie jaar.

Ik zat in de gymzaal in de kring met alle peuters, klaar om ‘In de maneschijn’ te zingen en net op dat moment ging mijn telefoon. Het was Annemarie Prins of ze gelegen belde. Ik keek eens naar ‘mijn’ peuters en wist dat ik eigenlijk moest vragen of ze later terug kon bellen, maar daarvoor was ik gewoon te nieuwsgierig. Annemarie vertelde dat Kate inderdaad genomineerd was voor Het Hoogste Woord. Ik geloof dat ik nog heel netjes heb gezegd dat ik dat geweldig vond, maar toen ik de telefoon uitgezet had, ben ik door de gymzaal gaan springen. 'Mijn' peuters keken nogal vreemd op van een stuiterende juf, dus ging ik toch maar snel weer zitten om ‘In de maneschijn’ te zingen. Anders hadden we misschien wel met zijn vijftienen door de zaal gestuiterd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen